Weidemyopathie (ook wel Atypische Myopathie) is een ziekte waarbij paarden acuut ernstige spierproblemen krijgen. De paarden worden in korte tijd zeer stijf of gaan zweten en beven. Ook niet meer kunnen lopen of staan en uiteindelijk zelfs niet meer goed kunnen ademhalen en een donkere koffiekleurige urine zijn de symptomen. Paarden kunnen hieraan zelfs overlijden.

De symptomen lijken op die van maandagziekte, maar hebben niets met arbeid te maken. Bovendien worden bij Maandagziekte andere spieren getroffen. Simpel gezegd worden dan de spieren die met beweging en arbeid te maken hebben getroffen, terwijl bij Weidemyopathie vooral ook de spieren die nodig zijn voor de processen in het lichaam zoals de ademhaling worden getroffen.

Weidemyopathie komt alleen voor bij paarden die helemaal of hele grote delen van de dag buiten lopen en waarbij gras het overgrote deel van het rantsoen vormt. De laatste jaren is uit onderzoek gebleken dat esdoorns een rol spelen. Niet elke esdoorn is giftig, maar de gewone Esdoorn (Acer Pseudoplatanus) is dat wel. Deze bevat een toxine dat is te vinden in de zaden, zaailingen en bladeren van de esdoorn. Door een gifstof ontstaat een probleem in de vetstofwisseling in de spieren. De spiercellen gaan daarbij kapot waardoor de spieren ernstig beschadigd raken. De ziekte wordt vooral gezien in de lente en de herfst; de natte en winderige periodes.

De diagnose kan door de dierenarts gesteld worden aan de hand van de symptomen en kan worden bevestigd door bloedonderzoek. Probeer de getroffen paarden te behandelen in een stal dicht bij de wei, want het vervoeren of over lange afstand verplaatsen kan de toestand verslechteren. Met behulp van een infuus kan het dier geholpen worden om alle afvalstoffen in de spieren af te voeren. Daarnaast zal de dierenarts pijnstillers en ontstekingsremmers geven en heeft het paard rust, een dikke bodembedekking en een warme deken nodig.

Preventief kan je er voor zorgen dat paarden die 24 uur per dag in de wei staan, niet te veel andere dingen dan gras gaan eten. Denk hierbij aan bladeren, maar ook eikels of paddenstoelen kunnen giftig zijn. Wanneer er te weinig gras is, zorg dan voor voldoende kwalitatief goed ruwvoer of haal de paarden ’s nachts naar binnen. Probeer zeker in de lente en de herfst geen paarden in een wei waar esdoorns omheen staan te zetten. Wanneer dit niet anders kan, kan het gedeelte van de wei waar de esdoorns staan afgezet worden met schriklint. Het weghalen van bladeren, zaailingen en helikopters met de hand of met de bladblazer kan natuurlijk ook, maar dit is uiteraard wel veel werk…

Bronnen: KWPN magazine 10 (oktober 2019), IDS 22 (november 2013), Universiteit Utrecht uu.nl (mei 2019)